Deze week ben ik teruggekomen van een fotoreis naar Nieuw Zeeland. Als fotograaf wilde ik tijdens deze reis vooral het spectaculaire landschap van het Noordereiland en het Zuidereiland vastleggen. In iets minder dan een maand heb ik beide eilanden van dit schitterende land mogen verkennen. Sommige mensen noemen dat ‘vakantie’, maar ik had mijn camera mee en noem het dus een ‘fotoreis’ 🙂. Mijn doel was echt om terug te komen met een mooie serie landschapsfoto’s. En dus heb ik enorm veel foto’s gemaakt — op plekken die bijna onwerkelijk mooi zijn: Coromandel, Milford Sound en de bijzondere rotsformaties van Castle Hill, om maar een paar plekken te noemen.
In dit blogje laat ik u een paar van mijn mooiste landschapsfoto’s zien en deel ik wat observaties. Nieuw Zeeland heeft mijn stoutste verwachtingen overtroffen. Je hoort van tevoren dat het heel mooi is en dat er veel verschillende soorten landschappen zijn, maar dat het zó mooi zou zijn — en dat er zóveel bijzondere landschappen te bewonderen zijn — dat begrijp je pas als je het zelf ervaart.
Ik ben dus geen landschapsfotograaf
Laat ik eerst een illusie uit de weg ruimen: ik fotografeer graag landschappen, maar ik ben geen landschapsfotograaf.
De echte landschapsfotograaf verkent een landschap grondig, gaat vervolgens heel vroeg uit bed om bij zonsopgang een berg op te klimmen, zet daar zijn statief neer terwijl de kou zijn vingers bevriest, en wacht dan geduldig op het perfecte licht om de juiste foto te maken. En dat moet vervolgens natuurlijk drie ochtenden achter elkaar op dezelfde plek, omdat de eerste twee keer de omstandigheden nog net niet perfect meewerken.
Ik ben dus geen landschapsfotograaf. Ik ben een industrieel fotograaf die op vakantie graag landschappen fotografeert. Mijn landschapsfotografie kenmerkt zich door lekker uitslapen, daarna in de auto stappen en lange afstanden rijden naar de volgende bestemming — om af en toe op een mooi moment even te parkeren en uit de losse pols (dus zonder statief) wat mooie plaatjes te maken.
U begrijpt: daar zit een verschil in. De echte landschapsfotograaf haalt zijn neus voor mijn benadering op. Ik heb op mijn beurt diep respect voor de echte landschapsfotograaf.
Maar toch: desondanks vind ik het erg leuk en bevredigend om het landschap dat ik mag aanschouwen zo mooi mogelijk vast te leggen. Landschapsfotografie in Nieuw Zeeland is in dat opzicht een feest: overal waar je kijkt zijn lijnen, structuren en enorme vergezichten die bijna vanzelf om een foto vragen.
En daarbij komen precies dezelfde principes kijken die eigenlijk door de hele fotografie heen spelen: compositie, belichting, scherpte en onscherpte — precies zoals dat ook terugkomt in de fotografie die ik maak voor mijn zakelijke en particuliere opdrachtgevers. Of ik nu een fabriekshal fotografeer, een staalconstructie of een landschap: uiteindelijk draait fotografie altijd om licht, compositie en structuur.
Misschien met één verschil: een landschap is minder bewegelijk dan de meeste van mijn onderwerpen. Dat is dan wel weer lekker — het geeft wat meer tijd om rustig te beslissen hoe je je beeld maakt.
De andere kant van de wereld
Ik zei het al: je moet het ervaren. Ik had me echt wel voorbereid, maar niets kan je daadwerkelijk voorbereiden op hoe Nieuw Zeeland is.
Het is allereerst een klote-eind vliegen (24 uur), dus je komt enigszins brak en gebroken aan. Ze rijden er links, en daar moet je ook even aan wennen. We hadden via Budget een auto gehuurd, en elke keer dat je instapte moest je jezelf daar weer even aan herinneren.
Er zijn in Nieuw Zeeland een paar grote steden waar het echt wel druk kan zijn (Auckland, Christchurch en Wellington), maar het overgrote deel van het land is leeg. Lange rechte wegen, waar je soms lange stukken rijdt zonder een kip tegen te komen. Toen Sophie en ik een keer zomaar een stoplicht tegenkwamen, realiseerden we ons dat dit het eerste stoplicht was dat we in vier dagen hadden gezien.
Een vakantie naar Nieuw Zeeland is eigenlijk een rij-vakantie. Je zit in de auto (of camper) en rijdt van plek naar plek. Sophie en ik hebben ruim 3800 kilometer gereden. Af en toe stap je uit bij een uitzichtspunt — en daar zijn er veel van — maar even lekker wandelen doe je niet zomaar. Zodra je van de weg afgaat kom je hekken tegen. Er zijn wel echte wandelroutes, maar dan hebben we het meteen over hikes van meerdere dagen. Even een rondje door het bos, zoals we dat in Nederland kennen, zit er daar meestal niet in.
Een maand is eigenlijk te kort
Een maand is eigenlijk te kort om alles te zien. Dat heb ik vooraf verkeerd ingeschat. Graag had ik de tropische regenwouden in het noorden van het Noordereiland gezien. Ook had ik meer tijd willen doorbrengen aan de schitterende West Coast (en nee, wij hadden nauwelijks last van de beruchte sandflies). En eigenlijk had ik ook het zuiden van het Zuidereiland willen bezoeken.
Niet alleen het land is groot — de landschappen zijn ook groot. Dat vond ik misschien nog wel het meest uitdagende. Je staat ergens en bent diep onder de indruk van hoe groot en indrukwekkend het is. Vervolgens kijk je naar de foto die je zojuist hebt gemaakt, en heb je toch het gevoel dat die geen recht doet aan wat je met eigen ogen ziet. De schaal, de diepte, de hellingen — veel daarvan verdwijnt toch een beetje in de 2:3-verhoudingen van een plat beeld.
Verschillende mensen hebben al opgemerkt dat de kleuren in mijn foto’s wel erg verzadigd lijken. Ik kan alleen maar zeggen dat de landschappen echt zo groen zijn en het water echt zo blauw. Het is werkelijk overweldigend.
En het licht is constant mooi: niet alleen aan het begin of einde van de dag, maar ook rond het middaguur.
Mijn apparatuur
Ik had mijn Nikon Z9 mee, met een 14–24mm, een 24–70mm en een 70–200mm, allemaal f/2.8. Ik denk dat de drie lenzen in gelijke mate heb gebruikt. Ook had ik een drone mee: de DJI Mini Pro 5 van DJI.
Enkele losse observaties
- Het eten in Nieuw Zeeland is een stuk goedkoper dan in Nederland. Verschillende reiswebsites zeggen dat het ongeveer hetzelfde prijsniveau is. Misschien staat de Nieuw-Zeelandse dollar momenteel laag, maar ik heb consequent 30 tot 50% minder betaald in restaurants en supermarkten dan ik in Nederland zou doen. Ook benzine was duidelijk goedkoper dan in Nederland. Onze auto (een Toyota RAV4) was hybride, maar ik heb 3800 km gereden voor ongeveer €250 aan benzine.
- Het eten in restaurants is niet geweldig. Misschien is dat in de grote steden anders, maar die heb ik grotendeels gemeden. Zowel de variatie als de inhoud van gerechten op de menukaart valt na een tijdje tegen.
- De douches in Nieuw Zeeland zijn geweldig. Op adres na adres was ik verrast door de krachtige waterstraal. Iemand gaf hier een mooie verklaring voor: Nieuw Zeeland ligt aan de andere kant van de wereld, en daarom moet het water naar beneden stromen — wat leidt tot een bijzonder krachtige waterstraal.
- Onverwachte parels: Coromandel op het Noordereiland, en Kaikoura op het Zuidereiland. Zo mooi! Zeker meenemen op je reis!
Van Nieuw Zeeland naar Singapore
Na bijna een maand tussen bergen, fjorden en lege wegen stapten we in het vliegtuig naar Singapore. Dat voelde bijna alsof we van de ene planeet naar de andere reisden. Nieuw Zeeland is leeg, rustig en overweldigend natuurlijk; Singapore is dicht, modern en spectaculair stedelijk.
Waar Nieuw Zeeland draait om landschap en ruimte, draait Singapore om architectuur, licht en skyline. Een totaal andere wereld — maar minstens zo interessant om te fotograferen. In mijn volgende blog laat ik een aantal van mijn favoriete foto’s uit Singapore zien. 📷